We zijn niet aan ons proefstuk toe, Martin en ik.
We hadden reeds verschillende keren de Krystalrally en de Älgrally gedaan en als je eenmaal die microbe te pakken hebt, kom je er moeilijk vanaf.Martin heeft zijn oude Goldwing 1100 opgelapt en een joekel van een batterij in zijn zijspan gemonteerd. Ik heb mijn Honda XL600 van stal gehaald, selfmade zijspan er weer aangezet en spijkerbanden gemonteerd op mijn reservewielen.
Dinsdag 16 januari vertrekken we naar Filsem in Noord-Duitsland waar we afgesproken hebben met Nicole, André en Paul uit Hillegom (Nederland). Dit jaar is ons groepje eerder beperkt, vorige edities waren we soms met een 30-tal deelnemers!
Wij komen vrij laat aan want we zijn eerst nog op de koffie geweest bij Julian, een vriend in Leusden en reden ook nog verkeerd in Groningen.
In de gietende regen arriveren we om 8 uur ’s avonds in Hotel Renate en doen een poging om alles uit te leggen in het Duits. Blijken die mensen gewoon Nederlands te spreken!
Onze vrienden zijn al gaan eten in de plaatselijke pizzeria.
Wij hebben ze rap gevonden en na een geslaagde maaltijd en de nodige drinks op het weerzien installeren wij ons in het hotel.De volgende ochtend rijden we naar de boot in Kiel. Een saaie rit en de anderen rijden alvast vooruit omdat ze mij te traag vinden op mijn 600cc’tje. Alleen Martin blijft trouw achter mij aan hangen ook al wordt hij gek van het lawaai dat mijn motor produceert. We komen toch tegelijk aan in Kiel.
De overtocht Kiel Göteborg is heel rustig.Donderdag 18 januari, om 9 uur ’s morgens leggen we aan in Göteborg. Het is er 7 graden en alles is groen, geen spatje sneeuw te bekennen!
De rit naar Sunne (325 km) verloopt vlot door het groene landschap. In tegenstelling tot op de Duitse snelwegen kan ik de anderen goed bijhouden, tot wanneer er een sterke wind komt opzetten. Met de wind pal tegen verlies ik veel snelheid, maar gelukkig laat André zich afzakken zodat ik in zijn slipstream kan rijden en zo toch weer de anderen kan bijhouden, tot in de vallei van het Mell-Frykenmeer, net voorbij Karlstadt waar de wind zo sterk is dat mijn snelheid zakt tot een dramatische 85 km/uur en weer blijft Martin trouw achter mij aan hangen. Met kramp in de armen arriveren we in Sunne, waar we overnachten in jeugdherberg Vandrarham. We moeten wachten tot 5 uur voor de receptie opengaat, Paul warmt een pot glühwein op en ik verwissel ondertussen mijn banden voor spijkerbanden want hier ligt toch een beetje sneeuw.
Wanneer de vrouw van de receptie aankomt vertelt ze ons dat we naar een nummer hadden kunnen bellen en dat we dan de code hadden gekregen zodat we alvast in de gezamenlijke keuken hadden binnen gekund. Tja, we hadden ondertussen drie uur in de kou gestaan …
’s Avonds zakken Paul en ik lekker door en maken de eerste fles whisky soldaat, wat ik de volgende morgen moet bekopen met een houten kop.Vrijdag rijden we naar het Dammskogtreffen, in de buurt van Leksand, een rit van zo’n 250 km. ’s Nachts heeft het toch 10 graden gevroren en een beetje gesneeuwd. De wegen zijn dan ook spiegelglad. Ik ben blij dat mijn spijkerbanden eronder zitten. Martin is niet zo blij want we zijn pas onderweg en hij glijdt al bijna onder een vuilniswagen! Hij rijdt op gewone banden wat hem nog veel zweet gaat kosten. Nicole, André en Paul rijden op een BMW met winterbanden waardoor ze meer grip hebben.
De eerste berg heeft Martin al prijs: hij raakt niet boven. Dus ik moet hem duwen en dan teruglopen om mijn eigen motor op te halen. Eenmaal op de hoofdweg gaat het beter maar ondertussen zijn we de rest kwijtgeraakt. Later blijkt dat we ook nog een andere weg hebben genomen en als we elkaar eindelijk weer tegenkomen in Vansbro hebben ze al inkopen gedaan. Het treffen is immers in de middle of nowhere en er is helemaal niets te krijgen.
Samen rijden we de laatste 30 km naar het treffen. Een onnoemlijk klein bordje, slechts zichtbaar als je van één kant komt (niet onze kant natuurlijk), zorgt ervoor dat we het de eerste keer straal voorbij rijden. Pas als we terugkeren vinden we de markering! De toegang tot het treffen is een smal landweggetje met een dikke laag sneeuw. Er staan mensen klaar om te helpen duwen. Boven worden we verwelkomd door Carina en Ante, de organisatoren.
Wat later arriveert ook Ruud. Ruud is een Nederlander die woont in Zweden en werkt in Noorwegen en daarmee is onze groep van zes voor de rest van de reis voltallig.
Het Dammskogtreffen is klein en primitief. Er zijn slechts 18 deelnemers en je moet voor je eigen eten en drinken zorgen. Er is geen stromend water of elektriciteit en slapen doe je in een gezamenlijke slaapzaal die verwarmd wordt met een grotehoutkachel of in kleine onverwarmde blokhutten.
Paul bevoorraadt ons constant met glühwein terwijl wij zorgen voor de BBQ. De Zweden en Denen blijven binnen voor de houtkachel en drinken zich te pletter terwijl wij het weekend grotendeels buiten doorbrengen want binnen is het zo’n 30°! Af en toe komt er een Zweed of Deen naar buiten om met ons te praten en een glühwein te drinken. Martin en Paul vliegen er de eerste avond goed in en wagen zich aan de zelfgestookte drank. Resultaat : een brakende Martin en een Paul die 18 uur in de coma ligt. Ikzelf doe het rustig aan want ik ben nog herstellend van de vorige avond. ;-)Zaterdag is een rustige dag. De meesten zijn hun kater aan het verteren en Martin en ik verkennen te voet de omgeving en nemen foto’s. s’Avonds willen we opnieuw barbecuen maar er is ondertussen een venijnige, koude wind komen opzetten en we krijgen de barbecue niet op gang. Er gaat steeds meer lampolie op wat de smaak van het vlees niet echt ten goede komt, het smaakt nogal naar parafine. De rest van de avond brengen we door in de keuken, vergezeld van een paar pakjes Maes en 2 flessen whisky.
Het heeft de hele nacht doorgesneeuwd en zondagmorgen is er een wit tapijt van zo’n 20 cm. Het landweggetje dat naar de grote weg leidt is bedolven onder
sneeuw; Ik vertrek als eerste, Martin in mijn kielzog, maar zelfs voor mijn enduro is de sneeuwlaag te dik! Na twee uur trekken en duwen staan onze zes motoren op de hoofdweg. We zijn bekaf en beseffen dat onze conditie niet optimaal is. De hoofdweg is spiegelglad en ik heb een auto doen stoppen en gevraagd om Martin naar boven te slepen. Als wij boven komen is Martin druk bezig met elastieken rond zijn achterwiel te bevestigen om zo meer grip te hebben. Veel helpt het niet want 200 meter verder is hij zijn elastiek kwijt en glijdt met zijn zijspan in de kant. Weer trekken en duwen en vandaag moeten we nog zo’n 300 km naar Idre ….
In Leksand raken we de anderen kwijt en we stoppen dan maar in Mora om iets te eten want na al dat werk lusten we wel wat.
De weg van Mora naar Idre is écht spiegelglad. Martin heeft veel moeite om zijn span onder controle te houden. Auto’s zijn geslipt en van de weg geraakt, een beeld wat niet bevorderlijk is voor ons zelfvertrouwen.
We raken toch in Idre, zien de anderen staan bij de plaatselijke supermarkt, maar beslissen door te rijden naar de camping waar we al meerdere keren te gast waren. Daar worden we hartelijk verwelkomt worden door Peter en Silvia, de eigenaars. We zitten allang aan de koffie wanneer de anderen toekomen. Zij geloven hun ogen niet en Paul voelt stiekem aan de uitlaat om te weten hoe lang we er al zijn.
We nemen onze intrek in de huisjes : Nicole, André en Paul in één huisje, Martin, Ruud en ik in een tweede huisje. Nicole maakt een lekkere pastamaaltijd, daarna kraken we nog een flesje whisky.
Maandag besluiten we rustig aan te doen en alleen naar het stadje Idre te gaan. Martin heeft 2 uur nodig om zijn GW aan de praat te krijgen, afgelopen nacht was het dan ook min 27°. De extra batterij in Martin’s zijspan is volledig leeg gestart en zelfs de extra stroom van Ruud zijn auto kan de Gold Wing niet aan de praat krijgen. Pas nadat we de carburator en de inlaatkanalen hebben opgewarmd met Nicole’s haardroger komt er leven in de motor.
De XL en de BMW’s hebben geen startproblemen. Erg frustrerend voor Martin …
Uiteindelijk kunnen we dan toch vertrekken om inkopen te doen. Idre is meer een groot dorp dan een stad maar we vinden toch alles wat we willen. Nicole en André kopen een HJC helm want die hebben een verwarmd vizier en Martin en ik kopen warme laarzen want met min 20 hebben we toch behoorlijk last van koude voeten. In de supermarkt doen we de dagdagelijkse inkopen en we rijden terug naar de camping waar we gaan barbecuen met de eigenaars.

Dinsdag huren Martin en ik een sneeuwscooter en maken een prachtige rit door bossen en bergen. ’s Avonds bakken we pannenkoeken op een houtvuur. Achteraf niet zo’n goed idee want het vuur is moeilijk te controleren en de pannenkoeken zijn, of verbrand of niet gaar.
Het oorspronkelijk plan was om naar Kirkenaer in Noorwegen te gaan, een prachtige maar lastige bergrit van 350 km zou ons daar brengen. André heeft behoorlijk pijn in zijn schouder (Ja dat heb je met die oudjes ! )en er is een licht vermoeden dat Martin wel eens in moeilijkheden zou kunnen komen met zijn gewone banden en dus besluiten we de route aan te passen.
Woensdag vertrekken we naar Malung, zo’n 200 km rijden. Ruud gaat niet meer mee want hij woont in Idre en moet donderdag weer werken. In Malung logeren we in een huisje op een camping.
Donderdag gaan we naar Amal, onze laatste stop voor we weer de boot opgaan.
Ondertussen weten we dat we een uur moeten uittrekken om de startproblemen van Martin op te lossen en als dat onder controle is, film ik hoe iedereen vertrekt. In mijn haast om de anderen in te halen rij ik de verkeerde kant op, Martin in mijn kielzog. Na een tiental kilometer beseffen we dat we verkeerd rijden en keren om. Ik moet een tankstation vinden zodat ik mijn vizier kan ontdooien want ik zie niets meer. De man van het tankstation vraagt of we geschift zijn om nu met de motor te rijden, het is min 20°C! De rit verloopt zonder ongelukken, ook al hebben we niet veel nut meer van onze verwarmde handschoenen bij deze temperatuur. Rond 4 uur in de namiddag komen we aan in (fucking) Amal. De anderen hebben zich al geïnstalleerd in het huisje en ze sturen ons weer op pad om bier te halen.
Vrijdagochtend komt de campingeigenaar ons vertellen dat er rond 10 uur een reporter van de plaatselijke krant langskomt om ons te interviewen. Na het inter
view en de fotosessie vertrekken we naar Göteborg (180 km) waar de boot naar Kiel op ons wacht.
Om 13.00 uur staan we al op de parkeerplaats maar we moeten wachten tot 17.00 uur voor we de boot op kunnen. Ik verwissel mijn spijkerbandwielen voor mijn gewone wielen en Paul brouwt een ketel glühwein. Een paar truckers komen met ons praten.
Op de boot eten en drinken we wat en kruipen vroeg onder de wol, iedereen is moe.
Zaterdagochtend nemen we in Kiel afscheid van elkaar. Nicole en André overnachten ook op de terugweg in Hotel Renate in Filsum, Paul heeft zijn stal geroken en rijdt meteen door naar huis. Martin en ik rijden naar Heerenveen in Nederland om te overnachten bij Fokko, een vriend van me. Via sms houden André en Martin elkaar die avond op de hoogte van hun alcoholpeil.Zondag gaat het richting huis. Een lastige rit voor mij want er staat veel wind en ik probeer de hele weg in Martin’s slipstream te hangen om alzo een klein beetje snelheid te houden.
Op 20 km van huis loopt de versnellingsbak van Martin vast, maar al krakend geraakt hij toch nog thuis.
We kijken terug op een geslaagde wintertoer.
Nicole heeft alles perfect georganiseerd en ook ter plekke alles in goede banen geleid.
Bedankt daarvoor. Bedankt ook André, Paul en Ruud voor de gezellige tijd, de leute en het plezier.Ronald & Martin